Gedichten

Door de jaren heen heb ik een bescheiden hoeveelheid gedichten en versjes geschreven. Spielerij, want ik heb geen serieuze ambitie op dichtgebied. Maar spelen met woorden, al dan niet in rijm, is een zo heerlijk tijdverdrijf. Mijn leraar Nederlands deelde eens een gedicht met me van Gerrit Achterberg. Op dat moment heb ik het sonnet in mijn hart gesloten. Jan Kal, Driek van Wissen, Jean Pierre Rawie: slechts enkele van mijn favorieten. Grootmeesters in hun vakgebied. Zelf ben ik begonnen dichten toen mijn vader ziek werd. Het maakte een storm aan emoties los. Ik moest het allemaal opschrijven om er mee te kunnen afrekenen. Zo zie je maar dat een negatieve ervaring waarachtig een positieve uitwerking kan hebben.


Licht…

Ben je
een deeltje of
deel van een golf?
Duister…


Verzameling limericks.

Een jazzmuzikant uit Aruba
bespeelde een knots van een tuba.
Bij elk vals geluid
lachte men hem uit.
Nu oefent hij slagwerk in Cuba.

Een krantenbezorger uit Aalten
versliep zich geen uren, maar dagen.
Geen krant meer op tijd,
daarvan kreeg hij snel spijt
want na twee dagen werd hij ontslagen.

Een tuinvrouw afkomstig uit Boden
verzorgde het hof van de doden.
Zij deed dat zowaar
tot haar zestigste jaar.
Nu ligt ze zelf onder de zoden.


Inzending voor Willem Wilmink Dichtwedstrijd 2021

Omdenken

Hoezeer je mij ook wilt behagen;
’t Is triest maar waar, je bent het kwijt.
Geen sprankeltje viriliteit
rest jou nog om te kunnen slagen.

En zo verkeer je nu al dagen
in opperste onzekerheid.
Maar hoe, als je mij steevast mijdt,
kan ik jouw ongemak verdragen?

Als je mij waarlijk wilt beminnen,
bespaar me dan dit triest verhaal
en zie wat hier nog valt te winnen.

Want liefje, jij komt bij me binnen!
Met kunst- en vingerwerk, oraal…
Kom, laat je tong het feest beginnen.


inzending voor gedichtenwedstrijd Grenspark Kalmthoutse Heide 2019

Zinnenprikkeling

Zie, de zwaluwen zwermen fier
doorheen het zwoele schemerrood
en ginder zingt in ‘t ruisende riet,
geworteld langs de boerensloot,
een krekel zelfverzekerd zijn lied.
Bij toeval neergestreken hier
ben ik stilzwijgend deelgenoot.


inzendingen voor de Haiku-Suite Wedstrijd 2019

spiegelend water
de bijt is een feit en toont
een bizarre eend

Het gras is dor en
bloemen verwelken zomaar
zo zonder water.

Hier in mijn bijzijn:
zeldzaam wordend exemplaar.
Kijk ‘m eens bij zijn.

Rupsen ontpoppen
zich tot vliegende vlinders,
jeuk achterlatend.

Het gesmolten ijs
kan zonder meer niet opnieuw
gestapeld worden.

Het tij kan keren
door met name geen kind meer
te produceren.

Op het dagmenu:
een rijk gevulde soep met
plastic zooi in vis.


Een reeks elfjes voor de lege ton van Diogenes.

Lichtpunt
Ver weg
Sprankelend beetje hoop
Alles komt goed
Toch?

Hoop
De kist
Komt in beweging
Schuift de oven in
Waarheid

Kerk
Duizenden bouwstenen
Waarbinnen tere zieltjes
Vrijelijk hun zonden afkopen
Schijnheil

Blind
Het geluid
Van vallende avond;
Een fris geurende schemering
Zonsondergang

Jaren
Samen gedeeld
Vijfentwintig maar liefst
Haar leeftijd min drie
Smeerlap


Bezinning

Voordat de mannen met de hoge hoeden kwamen
heb ik je lichaam heel voorzichtig aangeraakt,
het voelde koud en stijf, het lag er onbewaakt.
Ik zag mijn leven aan in een momentopname.

Niet eens zozeer bewust heb ik me losgemaakt
van Heer en hemel, al die mij het licht ontnamen.
Het is een zegen, moet ik achteraf beamen
dat mijn geloof in God die dag is zoekgeraakt.


inzending voor UitJeErvaring Gedichtenwedstrijd – gepubliceerd in: Ongezien (Gedichten rondom eenzaamheid & isolement)

Afscheid

Sindsdien jij op de dood zorgvuldig voorbereid,
moedwillig afstand neemt van alle achtergronden
die ons dankzij een eerdere toevalligheid
een leven lang, hoe kort ook, met elkaar verbonden,

keer ik mij tot dezelfde kale eenzaamheid,
die jij omhelst, en al dat wat wij twee doorstonden
vervaagt in het besef van jouw afwezigheid,
alsof de lasten die wij droegen nooit bestonden.

Je bent van mij vervreemd en toch heb ik je lief,
omdat ik je nu eenmaal niet kan haten.
Tenslotte was je al die tijd mijn hartendief.

Maar langzaam aan krijg ik wel in de gaten
dat jij mij uiterst weldoordacht en preventief
in wezen al veel eerder hebt verlaten.


Ontkenning

Nog dagenlang heb ik de plek des doods verkend.
Het bed was al weer door de oude bank vervangen,
een beeltenis van jou werd aan de muur gehangen,
de leegte opgevuld, de stilte onderkent.

Nochtans heb ik mijn twijfels of ik ooit gewend
zal raken aan de pijn van het intens verlangen
naar een voorbije tijd, je lippen op mijn wangen,
aan het idee dat jij voorgoed verdwenen bent.

De waanzin kent geen enkel mededogen,
zolang ik van je houd, ben je nooit weggegaan
en is jouw dood door iedereen gelogen.

Pas als ik de bescheiden houten kist zie staan
en jij in rook opgaat, recht voor mijn ogen,
is het voorgoed met mijn vergeefse hoop gedaan.


Nachtelijke bezinning

Ik heb je immer liefdevol herdacht
sinds jij de aardse waanzin bent ontstegen.
en volgde alle mogelijke wegen,
maar nooit het pad dat mij naar jou toe bracht.

En nu het dorp inslaapt volg ik de regen,
verweven met de stilte van de nacht,
ik hoop dat deze tocht de pijn verzacht
die ik sinds jij vertrok steeds heb verzwegen.

Dan sta ik hier, jouw enig nageslacht,
de mossen van je grafsteen weg te vegen
en vraag ik je wat ik mij net bedacht:

ben jij, zo lang in eenzaamheid gelegen,
en zo vergeefs op mijn bezoek gewacht,
nog wel om mijn aanwezigheid verlegen?


Laatste avondmaal

Je schoof je laatste avondmaal opzij,
om zonder schroom of schaam de geest te geven.
Voorwaar was dit het einde van een leven
dat veel betekende, althans voor mij


Vaderdag

Ik liep langs volle etalages,
ingericht voor vaderdag en
moest natuurlijk aan je denken
toen ik jouw merk sigaren zag.
Ik ben heel even blijven staan
en dacht: zal ik een doosje kopen?
Mijn hand al op de winkeldeur
ben ik toen toch maar doorgelopen.
Vaderdag zal nooit meer zijn
als vroeger, lang voordat
jij overleed en deze dag
veel minder waarde had.


15 augustus, de dag
dat jij jarig was
ik brand een kaarsje
de vlam beweegt,
vormt jouw gezicht
tranen bereiken
mijn hals en ik
voel het, wil weg
en toch heel dicht
bij jou zijn.


inzending voor UitJeErvaring Gedichtenwedstrijd – 2e prijs / gepubliceerd in: Gezien (Gedichten rondom geliefd zijn & verbondenheid)

Voorbij de liefde

De vrouw staart voor zich uit, ze kan
maar niet verkroppen
dat het over is.
Geheel ontdaan veegt ze
haar tranen af,
geheel spontaan vloekt ze
luidkeels.

Zoniet de man, nee,
hij zwijgt in alle toonaarden,
omdat hij niets meer te vertellen heeft.
Omdat wat tussen hen bestond
is afgenomen door de jaren.
Hij heeft haar nu verlaten en
dat was het dan.

Het vuur wakkert in haar hart, want
de liefde is niet over en
zal niet overgaan.
Ze werpt een laatste blik, er
klinkt een laatste
snik,
dan schuift de kist de oven in.


inzending voor UitJeErvaring Gedichtenwedstrijd – gepubliceerd in: Ongezien (Gedichten rondom eenzaamheid & isolement)

Wankel evenbeeld

Ik luister naar de lege stilte
van een voorgoed voorbije tijd
en proef de bittere en zilte,
de scherpe, stalen smaak van spijt.

Wat ik voorwaar had moeten weten
en wat ik mij te laat bedacht:
het lukt me niet jou te vergeten,
mijn hartstocht heeft de overmacht.

Kon ik de dingen nog maar keren;
ik weet niet wat mij heeft bezield.
De wereld kan mij niet meer deren,
nu ik mijn wereld heb vernield.

De spiegel toont mij slechts nog schijn;
de vrouw in mij heeft zich verhangen.
Mijn hart dat schreeuwde van verlangen,
huilt nu uitsluitend nog van pijn,
omdat het blijvend is gevangen
in wie ik nimmer meer zal zijn.


2009

Dit jaar besluit een levensfase.
Het tekent de herinnering
aan hoe een wondere extase
jaar in jaar uit mijn hart beving.

Je overkwam mij in gedachten
en bent nu verder weg dan ooit,
ik zal niet langer op je wachten,
maar leef mijn leven onvoltooid.

Het is een schrale troost te weten
dat zelfs als ik je niet meer zie,
ik je gezicht nooit zal vergeten;
jij voortleeft in mijn memorie.

En zo blijft alles bij het oude:
vanuit een ander perspectief
verlies ik mij intuïtief
nog altijd in het vreemd vertrouwde.
Ik heb je onverminderd lief
en blijf in stilte van je houden.


Besef

Er is geen weg terug, mijn handen beven
als ik je in de wandelgang ontmoet.
Je kijkt me aan en glimlacht als je groet,
mijn pas vertraagt, dan twijfel ik heel even…

Kon ik je maar vertellen wat je doet
met mij; hoe jij weer kleur geeft aan mijn leven.
Maar ik durf me aan jou niet bloot te geven
uit angst je kwijt te raken dan, voorgoed.

Alsof ik je ooit waarlijk heb bezeten…
en alles wat ik deed met jou, verdomd
niet slechts een schim was van mijn fantasie.

Dat jij (ik zou het soms welhaast vergeten)
mij enkel in mijn dromen overkomt,
maakt dat ik doorloop, nu ik je weer zie.


Contradictie

Mijn ogen komen ongemerkt terzake,
je vangt mijn blik, ik denk wel dat je weet
wat ik nochtans niet kenbaar durf te maken:
dat ik het liefst met jou mijn tijd besteed.

Hoezeer ik mijn verlangens ook bestreed,
het lukt me niet meer van jou los te raken.
Jij hebt mijn smalle horizon verbreed;
ik wil uit deze droom nooit meer ontwaken.

En komt het vroeg of laat nog eens ter sprake,
besef dan dat ik van je houd, discreet
en dat ik in geen opzicht wil verzaken.

Wat ik in mijn gedachten ook misdeed,
ik zal voor mijn gevoelens ernstig waken,
en hopen dat ik je snel weer vergeet.


Geen titel

Nu ik met het verstrijken van de nacht
wat ik aan weerstand nog bezit, voel breken,
besef ik hoe volkomen ondoordacht
ik mij op deze waarheid heb verkeken.

Er is geen wonder meer, waar ik op reken
en nu, te lang vergeefs op jou gewacht,
de onrust in mijn ziel is neergestreken,
is niets van wat ik hoopte nog van kracht.

Ach, alles wat ik ons had toebedacht
was wishful thinking, achteraf bekeken;
geen liefde was ooit denkbaar, ongeacht
of ik heel veel of niets voor jou beteken.

Nu durf ik het waarachtig uit te spreken:
ik heb teveel van jou en mij verwacht;
een wetenschap die alles doet verbleken
en gek genoeg de pijn toch iets verzacht.


Niets dan niets

Ik heb mezelf in jou verloren,
je ademloos veel lief gehad;
zo lief dat ik soms haast vergat
dat ik je stem niet echt kon horen

omdat je niet echt naast me zat.
Ach, menigmaal heb ik gezworen
dat dag en nacht tot ochtendgloren
ik je waarachtig bij me had.

Ik ben geheel ondersteboven
van jou, je laat mij onbedoeld
in een volslagen niets geloven.

En niets dan niets dat beter voelt;
dit vuur in mij zal nooit meer doven.
Ik weet mij echt gehersenspoeld.


Cul de sac

Hoewel ik het had afgezworen
kan ik er nu niet meer omheen:
toen ik je zag heb ik meteen
mezelf voorgoed in jou verloren.

Het is de liefde, naar ik meen
die mij doet voelen als herboren,
maar ook doet vrezen te ontsporen
zoals gebeurt bij menigeen.

Want steeds als wij elkander strelen
al is het slechts van korte duur,
voel ik mij hopeloos verward.

Ik kan geen leven met je delen,
niet zonder psychische kwetsuur
en vele twijfels in mijn hart.


Laatste keer

We nemen afscheid in het klam geworden bed
dat menig overspelig stel al heeft gedragen
en onder het verpletterend genot verslagen
zich nooit tegen een overgave heeft verzet.

In het geheugen zijn de beelden opgeslagen
van kronkelende lijven, zoete amourette
en lichaamsdelen kundig in elkaar gezet,
herinneringen die het daglicht niet verdragen.

Het is mijn beurt en zonder het te weten
maak ik abrupt een eind aan het pervers gepeins
een natte kus, het voorspel en daarna meteen

de zonde die ik nooit meer zal vergeten,
een laatste ferme stoot, een heel tevreden grijns.
Dan zakt het bed met donderend geraas ineen.


Memorie

Jij was de onverwachte zin van heel het leven
dat mij voordien niets waardevols te bieden had
en immer ijlings voortschreed amper zonder dat
ik ondervond hoe om een ander mens te geven.

Nu weet ik dat, hoe diep geworteld het ook zat,
het hooguit leuk was om dit met jou te beleven,
voldoende om zo nu en dan nog voor heel even
terug te denken aan een tijd die ik vergat.

Want tijd geneest niet slechts de diepste wonden,
ook prettige momenten worden weggevaagd
als zoete dromen die nooit echt bestonden.

En menigmaal heb ik mij dan ook afgevraagd
of ook de kindertijd, de puberzonden
vergeten raken als je oud bent en bedaagd.


Misverstand

De rede raakt langzamerhand
door twijfel en door mist omgeven
en ik wordt stilaan weggedreven
steeds verder weg van mijn verstand.

Maar alles heeft een schaduwkant:
de hoop dat ik ooit voor heel even
met jou mijn lusten kan beleven
is vrees ik toch een misverstand.

Want vroeg of laat dan dooft dit vuur
en zal ik niet meer durven dromen.

Ook nu reeds als we samenkomen
weet ik dat dit mooi avontuur,

al is het ons nog niet ontnomen,
een dood zal sterven op den duur.


Paradox

Wij zijn uit liefde ooit getrouwd,
maar jij kon mij, ik jou niet geven
wat man en vrouw verbindt. Ons leven
had weinig kleur, want goed beschouwd

was jij noch ik in staat te geven
om mij, om jou. Ons zelfbehoud
beschermde ons, wij werden oud.
’t Is niet onopgemerkt gebleven

dat deze culturele strijd
ons heeft beperkt. In ’t algemeen
ben ik een ander mens dan jij.

Nee, in de regel hebben wij
niet zo bijzonder veel gemeen;
wij delen slechts diversiteit.


Samen

Al wat ik doe, doe ik het liefst nu samen
met jou, en ach het is toch niet zo gek
dat met een knuffel en een goed gesprek
jij mijn bestaan wat kunt veraangenamen.

Op mijn geweten drukt nochtans een vlek
al is er niets waarvoor ik mij moet schamen.
Dan, als een wonder valt plots alles samen
en ik verzoen mij met mijn groot gebrek.

Ik kan je aanrakingen niet ontberen
zelfs als de twijfel overal weerklinkt

zou ik je eindeloos willen begeren
althans, zolang het vlees zich maar bedwingt.

Het is dat eeuwig sluimerend instinct
waardoor ik me nog zou vergalopperen.


Stille kracht

Als ik verdomd bij machte was geweest
gedurende het spel van amourette,
om onafhankelijk van aardse wetten,
op het moment dat ik het allermeest

je durfde lief te hebben, onbevreesd,
de klok voor eens en altijd stil te zetten,
dan was ik nu heel dicht bij jou geweest
en had geen ziel ons nog kunnen beletten.

Maar tijd laat zich door liefde niet verstoren,
houdt wel bekeken in het algeheel
geen rekening met zulke taferelen.

Als ik de tijd had weten te bespelen
dan was een heel belangrijk onderdeel
daarvan voorgoed aan ons gaan toebehoren.


Verlangen

Terwijl ik in je ogen een verlangen zie ontstaan
dat ik misschien wel had kunnen verkomen,
voel ik me schuldig, ook al hebben we nog niets gedaan
en moet ik prompt mezelf zien in te tomen.

Ik heb de moed verloren om te dromen,
want steeds weer merk ik dat ik moet verliezen van de waan
dat jij en ik ooit nader zullen komen.
Toch hoop ik dat je niettemin mijn liefde hebt verstaan.

De onbestendigheid van het verlangen en de lust,
daar kan ik heel mijn leven niet in meegaan,
maar wat ik wel kan doen is je zo nu en dan eens schrijven,

waarbij ik voor mezelf moet zoeken naar een beetje rust
bij het idee dat liefdes soms voorbijgaan,
maar dat we hoe dan ook twee hele goede vrienden blijven.


Jij, jij bent van
allen de enige die
mij begrijpen kan.
Je voelde je zo
vaak als ik
verloren, beklemd
door de duisternis.
Zinloos aanwezig,
jij was als ik
totdat je
iemand ontmoette
die jou weer
waarde wist te geven.
Als jij nu weet
wat gelukkig zijn
betekent, leer mij
het dan en hou van
mij als ik van jou.


Voorbij

Verlaten in een ogenschijnlijk uitgestorven landschap
omgeven door de stilte van de nachtelijke uren,
besef ik dat ik nooit in staat zal zijn onze verwantschap
voor het moment of langer ook maar voort te laten duren.

Nu dit onzinnig afscheid steeds nabijer dreigt te komen
ontstaan er in mijn hoofd de meest onmogelijke vragen.
Ik voel me door de wereld nogal pijnlijk beetgenomen
en kan al deze zielenpijn ternauwernood verdragen.

Ik ben volledig voorbereid, maar moet je toch bekennen
dat ik er niet mee leven kan om zonder jou te leven.
Ze zeggen dat het over gaat en ach, het zal best wennen.
In elk geval zal ik voortaan in veelvoud om je geven.


Reclames, reclames, het wordt me teveel.
Men smijt mij met allerlei troep om de oren.
Ik ben het spuugzat; kan het niet meer aanhoren.
Van ergernis ben ik nu groen en ook geel.

Was ik toch in grootmoeders tijd maar geboren:
het summum van rust in een spotvrije eeuw.
Dan had ik mij niet zo intens hoeven storen,
want toen was er zelfs nog geen Loekie de leeuw.


Een tsaar in Wit-Rusland
had zin in een kip.
Hij vroeg om zijn raadsman
en kreeg deze tip:

‘Toe, raadpleeg uw dienaar,
hij kan u vertellen
wie vandaag nog voor u
een kip zal gaan vellen.’

De tsaar riep zijn dienaar
en deze sprak zacht:
‘Ik kan u niet helpen;
de jager maakt jacht.’

En zo kwam de jager
en hij zei tegen de tsaar:
‘Ik ga nu naar het woud,
zet de pan maar vast klaar.’

Die dag, vier uur later,
kwam de jager terug aan ’t hof
met een reusachtige kip,
specerijen en wat lof.

‘Mijn tsaar, zei hij trots,
hier is uw avondmaal.’
‘Maar waar zijn de veren?’
vroeg de tsaar. ‘Deze kip is kaal!’

Betrapt zei toen de jager:
‘Ach de jacht is niet gelukt.
Ik kocht ‘r in de winkel
en ze was al kaalgeplukt.’

‘Ach welja, dat kan gebeuren,
sprak de tsaar toen met een lach.
’t is aan je eerlijkheid te danken
dat jij straks meedineren mag.’


To be or not to be
schreef Shakespeare en
hij zal zich hebben
afgevraagd wie of wat
hij was en waarom.


Vertrouwde moederbuik, je hebt me
mijn innerlijke rust ontnomen; me
liefdevol maar zonder schroom verstoten,
alsof het niets betekende.

Oh buik der buiken, ik wil in je kruipen,
opnieuw en dan voor een eeuwigheid
drijven in je goddelijk water
zaligheid zoals het nimmer weer was.

Zuiver, zo nieuw en zo oud al
inmiddels. Ik voel me herhaaldelijk
verloren, alsof ik een zinloze strijd
tegen een zinloze tijd voer.

Ik smeek je lieve moederwand
oh neem me terug en laat me
niet meer gaan, want in jou
wil ik zijn en zachtjes sterven.


Het is hier, het is nu,
het laat zijn sporen na.
De onmiskenbare smaak is
bitter, bitterder, bitterst.
Ik weiger nog langer
slaaf te zijn van mijn ziel
en vlucht.


Een tijd voorbij de
grenzen van het zijn.
Geborgen en vertrouwd
met eigen hart.
Mijn ziel heeft zich bevrijd,
de wereld lijkt nu minder hard.


God, wat moet ik van u denken?
Hebt u zelf als kind geloofd
in engeltjes boven uw hoofd
die hoop en liefde schenken?
En zit u ook wel eens zonder geld
terwijl u nodig weer moet tanken?


Moeder

Ik adem, ik denk
jouw gedachten, ik schenk
mijn liefde, een leven
dat ik mag beleven

van nemen, van geven
soms bittere pijn
en droomboze spoken
want wie ik wil zijn
blijft onuitgesproken

Ik huil om jouw smart
want ik voel je, mijn hart
klopt voor jou, dankzij jou

Het leven, mijn leven
de lust om te geven
de lust om te zijn al
is ’t maar voor even.


emoties
zacht omarmd
door jouw liefde
licht van mijn leven
oneindig

koud
en donker
daar lig je
in elk geval vrij
zwerver

stad
vol licht
een klein café
temidden van alle drukte
geborgenheid


Geboortedorp

De pure schoonheid is mij altijd bijgebleven
van gouden akkers langs een zilveren rivier,
het lage land, de heide en het bos, dit schier
onaangetaste landschap: een volmaakt stilleven.

Het moet mij niet verbazen dat veel later hier
en daar het dorp de dorpse geest al heeft gegeven,
dat deze plek waar ik zo onbezorgd kon leven
veranderd is op een of andere manier.

Ik volg de oude route langs de beukenlaan
en hoop de trieste waarheid snel weer te vergeten:
hoe, heimelijk, in ’t holst van mijn afwezigheid

dit dorp slachtoffer werd van de moderne tijd,
dat, wat ik wel vermoedde, maar nooit wilde weten,
ook hier de tijd niet onbezorgd heeft stilgestaan.


Wanhopig inzicht,
verborgen achter
een bittere glimlach;
het komt er niet
zonder meer uit.
Vreet onderwijl
diepe wonden
in mijn ziel.
Een sleep van
mysere omsluit
mijn helder denken.
Ik weet niet meer goed
wat mens zijn
betekenen moet.


Krijg de schijt
uitgebreid,
vreemde vlekken,
rare trekken,
de Rode hond
in zeven kleuren,
enge zweren
die vies geuren,
krijg de hik
en ook een sik,
gezwollen klieren,
stijve spieren,
val dood voor
mijn voeten neer
en doe jezelf
eerst heel goed zeer.


Kater

Mijn hoofd ligt stil
maar tolt en draait
alsof daarbinnen
een stormwind waait.
Geen dag zo snel voorbij
als deze, anders blijf
ik eeuwig overgeven.


Ik ben, maar ben
ook niet. De stilte
sluit zich om mij heen.
Mijn geest probeert
te denken, maar
mijn hoofd is
één brok steen.
Muziek klinkt in
de verte, mijn voeten
voelen zwaar.
Toch lijkt het of ik
zweef, al weet ik zelf
nog niet naar waar.


In mijn hoofd
zoveel vragen
zonder om-
dat dit en dat.
Gedachten aan
toen, vervaagd
door het heden.
Geen antwoord,
geen verleden.


Een opstand zo vreedzaam
lichaam aan lichaam
samengesmolte kracht
onbrgrip dat begrip verwacht.


Een dichter weet hoe te leven: hij
drinkt een biertje, rookt een joint
en wacht tot de inspiratie komt.
Onderwijl neemt hij nog een biertje,
rookt nog een joint en denkt na.
Hij pakt een pen, hij pakt papier en
brengt ze tezamen. Hij heeft al een eind
maar geen begin. Dus drinkt hij nog een
biertje, rookt nog een joint en besluit dan
te gaan slapen. Morgen is er weer een dag.